Wij bouwen en leveren in de Benelux én Duitsland

De landelijke instructieregel voor permanente bewoning op vakantieparken is van de baan. Elanor Boekholt-O’Sullivan trekt op Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening een harde streep door het beleid van haar voorganger Mona Keijzer.

Daarmee verdwijnt de discussie niet. De aanpak verandert fundamenteel.

Wie het dossier vanaf het begin wil volgen, leest hier eerst het oorspronkelijke voorstel van Mona Keijzer. Na de kabinetsval schreven we al over de onzekerheid rond de verdere behandeling van het voorstel. Inmiddels is die duidelijkheid er.

Van Haagse blauwdruk naar lokale uitvoering

Keijzers plan was helder op papier, maar liep vast in de praktijk. Gemeenten moesten bestaande bewoners die er op 16 mei 2024 al zaten tien jaar zekerheid bieden. De uitvoeringstoets legde echter een keihard knelpunt bloot: de combinatie met de huidige huurtoeslag was onuitvoerbaar voor Dienst Toeslagen.

Daarnaast botste de uniforme landelijke regel met de lokale realiteit. Een vitale recreatieve enclave in een natuurgebied vergt een heel andere afweging dan een verouderd park dat al jaren als volwaardige woonwijk functioneert.

Boekholt-O’Sullivan kiest daarom voor lokaal maatwerk. In haar nieuwe afspraken over permanente bewoning op vakantieparken legt het Rijk een aantal nieuwe uitgangspunten neer:

  • Bestaande woonsituaties blijven in beginsel onveranderd zolang er geen reden is om te handhaven.

  • Schrijnende situaties moeten worden beschermd.

  • Gemeenten onderzoeken de juridische en ruimtelijke ruimte voor legalisatie.

  • Waar legalisatie niet mogelijk is, zetten gemeenten in op het vinden van een passende oplossing.

  • Transformatie van vakantieparken naar wonen wordt gestimuleerd op locaties waar dat past.

Deze uitgangspunten moeten nog in 2026 landen in een concreet handelingskader voor gemeenten. Geen Haagse dwangbuis, maar bestuurlijke verantwoordelijkheid waar die hoort.

Geen vrijbrief voor de markt

Dit beleid is geen open deur voor nieuwe bewoners. Wie vandaag een recreatiewoning koopt, kan daar niet automatisch permanent gaan wonen. De hoofdregel blijft onverkort van kracht: permanente bewoning mag wanneer het omgevingsplan dat toestaat of wanneer daarvoor een speciale vergunning is verleend.

Er komt dus geen landelijke overgangsregeling voor nieuwe kopers die de reguliere woningmarkt proberen te omzeilen via de recreatiesector. De nieuwe afspraken zijn vooral gericht op mensen die al permanent in een recreatiewoning wonen en op locaties waar legalisatie of transformatie ruimtelijk en bestuurlijk te verantwoorden is.

Van gedogen naar herbestemmen

De echte verschuiving zit niet alleen in het met rust laten van bewoners, maar in de herontwikkeling van de fysieke locatie. Als de toeristische potentie verdwenen is, wordt de vraag relevanter waarom vastgehouden moet worden aan een recreatiebestemming wanneer een locatie geschikt kan worden gemaakt voor wonen.

Dat vraagt om precisie. Grond omzetten op papier lost niets op als de fundering, isolatie, brandveiligheid en nutsvoorzieningen van de opstal niet voldoen aan de eisen voor permanent verblijf. Infrastructuur, ontsluiting en openbare ruimte moeten eveneens aansluiten bij een woonfunctie.

De opgave verschuift daarmee van juridisch gedogen naar operationele transformatie.

Gemeenten blijven primair verantwoordelijk voor die transformatie. Het Rijk wil hen en eigenaren, waaronder VvE’s, wel nadrukkelijker ondersteunen bij locaties waar omzetting naar wonen passend is. Dat blijkt ook uit de officiële.Kamerbrief over permanente bewoning van recreatiewoningen van 3 juli 2026

Ruimte voor realisme

De doelstelling van het beleid blijft overeind: voorkomen dat mensen tijdens een vastgelopen woningmarkt op straat komen te staan zonder realistisch alternatief. Alleen het instrument verandert.

Voor gemeenten, parkeigenaren en VvE's betekent dit dat afwachten steeds minder voor de hand ligt. Op locaties waar de recreatieve functie is uitgespeeld, biedt de woningnood een stevig argument om opnieuw naar de bestemming en toekomst van de grond te kijken.

Dat betekent niet dat ieder vakantiepark een woonwijk wordt. Sommige locaties hebben een duidelijke recreatieve toekomst, liggen op plekken waar permanente bewoning ruimtelijk ongewenst is of zijn technisch eenvoudigweg niet geschikt.

Maar juist daar waar recreatie feitelijk al jaren naar de achtergrond is verdwenen, ontstaat ruimte voor een serieuzere afweging.

Keijzers landelijke instructieregel ligt daarmee in de prullenbak. De discussie over permanent wonen op vakantieparken allerminst.

Van vakantiepark naar woonlocatie

Transformatie slaagt alleen als de bebouwing de technische en kwalitatieve toets doorstaat. Buitenkamer ontwikkelt en realiseert modulaire woonoplossingen die geschikt kunnen worden gemaakt voor permanente huisvesting op locatie.

Heeft u als gemeente, parkeigenaar of VvE een locatie waar transformatie concreet wordt onderzocht?

Bekijk onze modulaire woonoplossingen en ontdek de technische en ruimtelijke mogelijkheden voor uw locatie.

KENNIS & REDACTIE

Over de auteur

Terrence Klaverweide

Operationeel en bestuurlijk verantwoordelijk binnen Buitenkamer

Binnen Buitenkamer is Terrence betrokken bij strategie, operatie, marktontwikkeling en kennisopbouw rond modulaire bouw. Daarbij volgt hij actief ontwikkelingen in woonbeleid, regelgeving en de praktische toepassing daarvan binnen particuliere en professionele projecten.

Bekijk auteursprofiel
Geschreven door Terrence Klaverweide
Gepubliceerd 12 August 2026

We controleren inhoudelijke claims aan de hand van primaire en officiële bronnen waar dat van toepassing is. Regelgeving, productspecificaties en beleidsontwikkelingen worden periodiek opnieuw beoordeeld.

Laat een reactie achter

Deze site wordt beschermd door hCaptcha en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van hCaptcha zijn van toepassing.

Latest Stories

Deze sectie bevat momenteel geen content. Voeg content toe aan deze sectie met behulp van de zijbalk.